CT Abdomen - Kijk Als Een Radioloog
Oefen met het bekijken, beschrijven en interpreteren van CT-abdomen onderzoeken zoals een radioloog dat doet. Een praktische voorbereiding op je onderwijssessie.
Antwoorden - Pathologie herkenning
Casus 1.
Klinische gegevens
Man, 62 jaar. Toenemende pijn in de rechter onderbuik sinds gisteren, lichte koorts (38,2°C) en misselijkheid. Laboratoriumonderzoek toont een licht verhoogd CRP en leukocytose.
Vraag 5a
De behandeld arts vraagt een CT-abdomen aan. Welke fase(n) zou jij kiezen voor deze klinische vraagstelling en waarom
Bespreking/antwoord vraag 5a
Bij verdenking op een infectieus of inflammatoir proces — zoals appendicitis of diverticulitis — is de portaalveneuze fase de standaard scantechniek, omdat wandverdikking, vetinduratie en vrij vocht in deze fase goed zichtbaar zijn. Een natieve (blanco) fase, arteriële fase of excretiefase is hier niet noodzakelijk en geeft daarom onnodige stralingsbelasting.
Vraag 5b
Beschrijf wat je ziet op de CT. Welke structuur trekt je aandacht en wat valt je op aan de directe omgeving?
Bespreking/antwoord vraag 5b
De appendix is verdikt (diameter >6–7 mm) en de wand toont een versterkte aankleuring. In het mesenterische vet rondom de appendix is uitgebreide vetinduratie zichtbaar (verhoogde densiteit door lokale inflammatie), alsook een spoor van vrij vocht. De vetinduratie is vaak het meest opvallende teken van appendicitis wanneer men door een CT-scan scrolt— volg dus altijd de vetinduratie op naar de oorzaak.
Vraag 5c
Bekijk de beelden nogmaals zorgvuldig en in zijn geheel. Zie je naast de bevindingen nog andere afwijkingen? Beschrijf wat je ziet en wat dit betekent voor je uiteindelijke diagnose.
Bespreking/antwoord vraag 5c
Er is vrij intra-abdominaal gas (vrij lucht) in de ileocaecale hoek aanwezig. Dit duidt op een perforatie. De combinatie van vrij lucht en de bevindingen van de appendicitis, maakt de definitieve diagnose: een geperforeerde appendicitis.
Casus 2.
Klinische gegevens
Man, 28 jaar. Aangeboden op de spoedeisende hulp na een verkeersongeval — frontale botsing met hoge snelheid. Patiënt is hemodynamisch instabiel met toenemende buikpijn. De traumachirurg vraagt een CT aan.
Vraag 6a
De traumachirurg vraagt een CT-abdomen aan. Welke fase(n) zou jij kiezen voor deze klinische vraagstelling en waarom?
Bespreking/antwoord vraag 6a.
Bij een traumascan wordt standaard een arteriële én portaalveneuze fase gemaakt. De arteriële fase is essentieel om actieve bloeding (contrastextravasaat) en vaatletsel op te sporen. De portaalveneuze fase geeft een beter overzicht van het parenchym en maakt orgaanlaesies optimaal zichtbaar.
Belangrijke achtergrondinformatie - In sommige centra wordt bij jonge patiënten een zogeheten split-bolusprotocol gebruikt: het contrast wordt in twee afzonderlijke doses toegediend met een tijdsinterval, waarna er slechts één scan wordt gemaakt. Op die manier worden kenmerken van zowel de arteriële als de portaalveneuze fase gecombineerd in één enkele scan, wat de stralingsbelasting voor de patiënt vermindert. Welk protocol wordt gehanteerd (aparte arteriële én portaalveneuze fase vs. split-bolus) verschilt per centrum.
Vraag 6b
Beschrijf alle afwijkingen die je ziet op de CT. Wat valt je op in de parenchymateuze organen en wat zie je in de buikholte? Bekijk / maak een schatting van de HU-waarde bij de afwijkingen in de buikholte — wat is de klinische betekenis hiervan?
Bespreking/antwoord vraag 6b.
- Op de portaalveneuze fase zijn er in het miltparenchym uitgebreide lineaire/geografische hypodense afwijkingen zichtbaar, waarbij ook een deel van milt sterk verminderd aankleurt. Dit past goed bij een leverlaceratie. Het beschadigde weefsel kleurt niet aan omdat de lokale doorbloeding is verstoord. Rondom de milt bevindt zich een subcapsulair hematoom.
- De linker nier toont ook een klein gebied van verminderde aankleuring, passend bij een nierlaceratie. Samengaand met een klein subcapsulair hematoom.
- In de buikholte is vrij vocht/bloed zichtbaar: rondom de lever (= perihepatisch) en caudaal in het kleine bekken. Het vocht heeft deels een relatief hoge densiteit en ligt rond de ~50–80 HU — dit is te hoog voor gewoon vocht (HU ~0–20) en past bij een acuut hematoom. Dit duidt op actieve intra-abdominale bloeding, als gevolg van de orgaanlaesies. Merk ook op dat het subcapsulair hematoom bij de milt en de linker nier deels een hoge densiteit heeft, passend bij bloed.
Vraag 6c
Bekijk de milt in beide fasen nogmaals zorgvuldig. Zie je een focale afwijking in of rondom de milt die verandert tussen de arteriële en portaalveneuze fase? Beschrijf wat je ziet en wat de klinische consequentie hiervan is. Wat is je uiteindelijke diagnose?
Bespreking/antwoord vraag 6c.
Er zijn in de arteriële fase meerdere focale, sterk hyperdense foci zichtbaar in de milt, met een densiteit vergelijkbaar met het contrast in de omliggende arteriën. In een enkel gebied neemt een enkele foci in de portaalveneuze fase toe in omvang/uitgebreidheid en verspreidt het hyperdense materiaal zich verder in de omgeving. Dit patroon is kenmerkend voor contrastextravasaat: contrast lekt actief uit een beschadigd bloedvat de omgeving in. Er is sprake van een actieve arteriële bloeding. Dit is een urgente bevinding met directe therapeutische consequenties — embolisatie door de interventieradioloog of chirurgisch ingrijpen is noodzakelijk(voor meer informatie over arteriële embolisaties, lees evt. module Interventieradiologie – Niet-oncologische procedures).
Zelfreflectie & Voorbereiding: zie volgende pagina.
Nieuwsgierig?
Leer alles over CT Abdomen - Kijk Als Een Radioloog