• Home
  • Over ons
  • Modules
  • Basiskennis
  • Lichaamsdelen
  • Interventieradiologie
  • Inschrijven
  • Favorieten
    Nederlands
  • English
  • Nederlands
  • Module

    CT Abdomen - Kijk Als Een Radioloog

    Oefen met het bekijken, beschrijven en interpreteren van CT-abdomen onderzoeken zoals een radioloog dat doet. Een praktische voorbereiding op je onderwijssessie.

    CT Abdomen - Kijk Als Een Radioloog
    Radiology Expert
    Toevoegen aan favorieten

    Antwoorden - Densiteiten & scanfasen

    Vraag 2a. Scroll door het CT abdomen onderzoek (fig. 2), waarin 6 cirkels geplaatst zijn bij verschillende structuren.
    Noteer voor elke cirkel: (1) de geschatte HU-waarde, (2) het weefseltype, (3) een voorbeeld van waar je dit weefseltype nog meer kunt tegenkomen.

    Antwoord / bespreking

    • Nummer 1. Lucht: HU ~–1000. Zeer hypodens (‘zwart ++’) op CT. Voorbeelden: lucht in darmlissen, longen, lucht rondom de patiënt vrij (pathologisch: intra-abdominaal vrije lucht bij darmperforatie, gasvorming in een abces).
    • Nummer 2. Vet: HU ~–80 tot –100. Hypodens op CT. Voorbeelden: mesenterisch vet, omentum, retroperitoneaal vet en subcutaan vet
    • Nummer 3. Vocht: HU ~0–20. Hypodens (denser t.o.v. vet). Voorbeelden: galvocht, urine in blaas, cerebrospinaal vocht (pathologisch: ascites, intra-abdominaal vrije vocht bij infectie/inflammatie, abces).
    • Nummer 4. Weke delen/parenchym (spier): HU ~40–60). Het geldt over het algemeen als referentie en wordt daarom vaak isodens genoemd. Afwijkingen worden beschreven ten opzichte van het omgevende parenchym. Voorbeelden:  lever, milt, spieren en lymfeklieren
    • Nummer 5. Contrast (intraveneus contrast in vena portae): HU ~150–250. Hyperdens. Belangrijk: de HU-waarde in een bloedvat na contrasttoediening varieert grofweg tussen ~100 en ~400 HU, afhankelijk van het scanprotocol: contrastdosis, injectiesnelheid en scantijdstip. Voorbeelden: alle contrastgevulde bloedvaten.
    • Nummer 6. Bot (wervelcorpus): HU ~400 tot >1000. Zeer hyperdens (‘wit ++’). Voorbeelden: skelet, verkalkingen (pathologie: o.a. nierstenen, galstenen, vaatverkalkingen).
    1 / 136

    Klinisch belang: het herkennen van densiteiten is de basis van CT-interpretatie. Een hypodense structuur is dus niet altijd vocht — het kan ook vet of parenchymateus weefsel zijn (HU-meting is dan essentieel).

    Belangrijk:
    De HU-waarden in dit overzicht zijn gemiddelde referentiewaarden die in de praktijk enigszins kunnen variëren. Dit hangt af van patiëntgebonden factoren, maar ook van technische aspecten zoals contrastdosis, scantijdstip en reconstructieparameters. Ook tussen CT-scanners onderling kunnen kleine verschillen optreden. Gebruik de waarden daarom als richtlijn, niet als absolute grens.


    Vraag 2b
    Waarom is het klinisch relevant om onderscheid te maken tussen vrij vocht en vet ?
    Bedenk twee klinische scenario's waarbij dit onderscheid de diagnose en het beleid bepaalt.


    Antwoord / bespreking
    In de buik is vetweefsel normaal aanwezig: mesenterisch vet, omentum en retroperitoneaal vet hebben allemaal een relatief lage HU waarde (~–80 tot –100) en zien er hypodens uit op CT. Vrij vocht in de buikholte heeft een HU-waarde rond 0 en ziet er, t.o.v. vet, iets minder hypodens uit — het vrije vocht kan zich in de verschillende delen van de buikholte verzamelen (rondom de lever/milt, in de pouch van Douglas en paracolische goten).
    Het onderscheid is klinisch relevant omdat er bij vrij vocht altijd een oorzaak gezocht moet worden, terwijl normaal vetweefsel geen actie vereist.
    Vrij vocht (HU ~0) suggereert ascites, gallekkage, urinelekkage of chylus — afhankelijk van de context.
    Scenario 1: polytraumapatiënt met een 'donkere zone' naast de milt. Is het normaal vet of vrij vocht? Bij HU ~0–20 is het vrij vocht — verdenking op intra-abdominale bloeding of orgaanruptuur. Directe actie vereist.
    Scenario 2: patiënt met levercirrose en een 'donkere zoom' rondom de organen. HU-meting ~0–10 bevestigt ascites — vrij vocht door portale hypertensie. Geen acuut ingrijpen, wel oorzaak behandelen.

     

    Vraag 3.
    Bekijk de vier verschillende CT fasen.
    a. Welke scanfase zie je hier? Aan welke kenmerken herken je dit?
    b. Noteer 3 aspecten/bevindingen die je veel beter kunt beoordelen bij een CT onderzoek met intraveneus contrast.
    c. Geef bij elke fase een klinische vraagstelling, waarbij je specifiek deze fase nodig hebt.

     

    Antwoord vraag 3a. 
    1 = Excretie fase
    2 = Arteriële fase
    3 = Portaalveneuze fase
    4 = Late/excretie fase: 

    De vier fasen herken je aan:

    • Natief (blanco): geen contrastopvulling van vaten of parenchym. Parenchymateuze organen tonen een homogene, niet-aankleurende densiteit. Met name de kleinere vasculaire structuren zijn slechter afgrensbaar doordat deze isodens zijn met de omgevende weke delen.
    • Arteriële fase: de aorta (en overige arteriën) zijn sterk hyperdens. Het leverparenchym is nog niet maximaal aankleurend, de vena portae is nog niet (of beperkt) met contrast gevuld.
    • Portaalveneuze fase: het leverparenchym is maximaal aankleurend en de vena portae en levervenen zijn goed gevuld. De aorta iets minder dens t.o.v. de arteriële fase.
    • Late/excretie fase: het pyelocalicieel systeem en ureters zijn gevuld met contrast. Het contrast (en dus de densiteit) in het leverparenchym en de aorta neemt verder af. 
    Figuur 5 - antwoord. CT scanfase. Bekijk de onderzoeken zorgvuldig met betrekking tot contrastvulling en orgaanaankleuring en correleer dit aan de antwoorden/aanvullende toelichting.
    Klik op afbeelding om overlay te zien

    Antwoord vraag 3b. 

    • Orgaanaankleuring — parenchymateuze organen zoals lever, milt, nieren en pancreas kleuren aan na contrast, waardoor je de interne structuur kunt beoordelen en afwijkingen (laesies, infarcten, necrose) zichtbaar worden als gebieden die afwijkend aankleuren of juist niet aankleuren
    • Vasculatuur — bloedvaten zoals de aorta, mesenteriale vaten en poortader worden pas goed zichtbaar na contrast, waardoor je de doorgankelijkheid, diameter en wandafwijkingen kunt beoordelen
    • Diverse pathologische processen — ontstekingen/abcessen en tumoren kleuren vaak aan door toegenomen doorbloeding. Bij een actieve arteriële bloeding is contrastextravasaat zichtbaar als een hyperdens contrast dat zich buiten het vaatlumen verspreid.


    Antwoord vraag 3c. 
    Voorbeelden van indicaties per scanfase:

    • Natief (blanco): nefro- en urolithiasis (buiten het abdomen; o.a. fracturen en hersenbloeding). Weefsel met van zichzelf al een hoge densiteit (bijv. bloed, met HU 40-50) onderscheiden van aankleuring (ter voorkoming dat iets ten onrechte wordt geïnterpreteerd als aankleurend weefsel).
    • Arterieel: hypervasculaire tumoren/metastasen (bijv. HCC, neuro-endocriene tumoren), actieve arteriële bloeding, abdominaal aorta-aneurysma (AAA), aortadissectie.
    • Portaalveneus: beoordeling leverparenchym (bijv. levermetastasen, levercirrose), vena portae trombose, aankleuring darmwand (bij verdenking darmischemie), infectie/inflammatie (abcesvorming, lymfadenopathie).
    • Late/excretie fase: pathologie in ureter/blaas, aankleuringspatroon van leverlaesies (bijv. wash-out bij een HCC).

    Nieuwsgierig?

    Leer alles over CT Abdomen - Kijk Als Een Radioloog

    Koop alle modules voor 1 maand voor €5,95 of alle modules voor €29,95 per jaar.